Comfort Transitie

In het boek ‘Vrouwen en kennis’ van Belenky c.s. wordt uitgebreid verslag gedaan van onderzoek onder vrouwen over hoe zij kennis verwerven.
De eerste fase is die van ‘stilte en zwijgen’. Kenmerkend hiervoor is dat horen ‘gehoorzamen’ is. Er vindt geen dialoog plaats en de vrouwen zijn onderdanig, ondergeschikt en passief. Ze luisteren niet naar hun innerlijke stem en men ervaart zichzelf als ‘doof en stom’. Ze voeren hun strijd om te overleven.
De volgende fase gaat over luisteren naar wat anderen te zeggen hebben. Er wordt geleerd door te luisteren. Een belangrijke constatering in deze fase is dat vrouwen geloven dat de waarheid van anderen komt. Ze gaan af op deskundigen en leggen hun eigen mening het zwijgen op.
Kenmerkend voor de derde fase is dat de vrouwen op zoek gaan naar het zelf. Er ontstaat een zelfbeeld. Vrouwen bleken het moeilijk te vinden om over zichzelf na te denken.
In de vierde fase nemen ze ‘procedurele kennis’ tot zich: objectieve kennis. Kennis die je met argumenten kunt onderbouwen. Om tot die kennis te komen heb je de stem van autoriteiten nodig. Maar er is niet langer een passieve stilte.
De vijfde fase gaat over kennis tot je nemen waarbij ‘subjectiviteit’ een rol speelt. De betrokkene heeft het vermogen tot ‘invoelen’, heeft geduld en aandacht voor de ander.
De zesde en laatste fase gaat over samen kennis maken, ‘constructivisme’ genaamd. Constructivistische vrouwen gaan het èchte gesprek aan en brengen luisteren en spreken in evenwicht, evenals inhoud en emotie.

Een fascinerend boek om te lezen, waarbij één quote mij bijbleef: “Vrouwen mogen wel worden gezien maar niet mogen gehoord”. Belenky c.s. schrijven dat vrouwen lange tijd niet werden niet betrokken bij onderzoeksprojecten die over hen gingen. De angst was namelijk dat wanneer zij hun intellectuele vermogens zouden benutten, zij de ontwikkeling van hun emotionele kwaliteiten zouden schaden(!)

Het werk van Belenky c.s. (dat zoals de auteurs schrijven naar alle waarschijnlijkheid ook voor mannen geldt) maakt inzichtelijk dat het geen gegeven is dat mensen samen kennis construeren. Voorwaar geen onbelangrijke opmerking voor organisaties waar flink geïnnoveerd moet worden. En dat stilte en isolement signalen kunnen vormen van iets wezenlijks dat niet zomaar terzijde geschoven kan worden door dooddoeners als ‘introvert’ en ‘in zichzelf gekeerd’. Managers die zich bewust zijn van deze theorie zullen anders kijken en luisteren en hun oordelen nog even uitstellen.